BOB DYLAN DE NOBELPRIJS?
Openingsspeech van de 'Bob Dylan de Nobelprijs' avond in De Melkweg, Amsterdam, 20 september 2000.


"I consider myself a poet first and a musician second. I live like a poet and I'll die like a poet."
Bob Dylan 1978




Toen in 1996 bekend werd dat een Noorse academie besloten had de zanger en songschrijver Bob Dylan voor te dragen als kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur werd daar in literaire kringen smalend op gereageerd.
Zo was het commentaar van Harry Mulisch: 'Dan kunnen ze hem net zo goed aan Freek de Jonge geven.'
Dezelfde Mulisch die dit jaar door de Franse cultuurminister is benoemd tot Chevalier des Arts et des Lettres. Dylan viel die eer tien jaar geleden al te beurt, alleen werd hij niet benoemd tot Chevalier, maar tot Commandeur. Verschil moet er wezen...
Dylan de Nobelprijs? In elk geval niet op grond van Tarantula, de roman die hij in de jaren zestig schreef, maar pas in 1973 officieel liet verschijnen. Hij liet hier zien een vlotte pen te hebben en toonde zich een goede leerling van de beatauteurs, maar veel stelde het boekje niet voor en hij heeft het er qua romans daarbij gelaten. Nee, als wij hem willen nomineren dan kan dat alleen zijn op basis van zijn songs, die hij verschillende malen in boekvorm bundelde, en waarvan de meeste van zijn tijdgenoten, maar beslist zij niet alleen, wel een paar regels uit het hoofd kent.

Don't follow leaders / Watch the parkin' meters

But to live outside the law, you must be honest

She knows there's no success like failure
And that failure's no success at all.

He not busy being born / Is busy dying.

But the post office has been stolen / And the mailbox is locked.

An' he just smoked my eyelids / An' punched my cigarette.


(Weet U dat hij hier een heel oude, literaire stijlfiguur hanteert die in Lodewick's Literaire Kunst een 'Kruisstelling' wordt genoemd?)

Stuk voor stuk zinnetjes die deel zijn gaan uitmaken van het collectieve onderbewustzijn van een hele generatie. Zelfs professor Jaap Goedegebuure, die vond dat je 90 procent van Dylan's teksten zo in de prullenmand kon kieperen, wist voor de camera's van NOVA enkele regels uit het hoofd op te lepelen: 'Yonder stands your orphan with his gun/ Crying like a fire in the sun.' Een mooi, zuiver beeld, vond hij dat, zelfs zonder de muziek.
Een andere hoogleraar, Christopher Ricks, vergeleek Dylan's teksten met die van Keats, met name diens Ode to a Nightingale ('My heart aches, and a drowsy numbness pains...' U kent het wel) en Betsy Bowden, die er ook voor heeft doorgeleerd, heeft er op gewezen dat er meerdere literaire genres zijn die je niet van de gedrukte pagina moet lezen, maar moet beleven, zoals toneelstukken en de middeleeuwse vagantenliederen, waar Carl Orff later nog leuke muziek bij heeft bedacht. Bowden was ook de auteur van de aanbeveling die in 1996 richting Nobel Prijs-comité is gegaan en waarin zijn het comité er op wijst dat Winston Churchill in 1953 dezelfde prijs heeft gekregen o.a. voor zijn 'briljante redevoeringen.' En nu wij het er toch over hebben. In 1997 is de prijs toegewezen aan de Italiaanse toneelschrijver Dario Fo, die - ik citeer het juryrapport - 'de hofnarren uit de middeleeuwen naar de kroon heeft gestoken en is opgekomen voor de menselijke waardigheid van de onderdrukten.'
Een opmerking die je met alle recht van spreken ook over Bob Dylan kunt maken. In zijn vroege protestsongs - The Ballad Of Hollis Brown, Only A Pawn In Their Game, The Lonesome Death Of Hattie Carroll - nam hij het op voor een onderdrukte minderheden in Amerika. Tegelijk heeft hij zich duidelijk in de traditie van de middeleeuwse troubadours geplaatst. Niet alleen door eeuwenoude liedjes als The House Carpenter, Black Jack Davy en Love Henry (Stuk voor stuk bekend onder diverse andere titels), maar ook door de tijdloze kwaliteit van zijn eigen liedjes als All Along The Watchtower, Blind Willie McTell of Man In The Long Black Coat. In zijn lange strofische ballades - A Hard Rain's A Gonna Fall is een goed voorbeeld - weet 'The Man from Minnesota' zich geplaatst in de traditie van de 19e eeuwse Amerikaanse poëzie van dichters als Walt Whitman. Zie een lied als Mr. Tambourine Man.

Interessant is in dit verband ook wat de Engelse dichter Philip Larkin, die meer van jazz hield dan van pop, ooit over Dylan schreef: 'I'm afraid I poached Bob Dylan's Highway 61 Revisited out of curiosity and found myself well rewarded. Dylan's cawing, derisive voice is probably well suited to his material I say probably because much of it was unintelligible to me and his guitar adapts itself to rock ('Highway 61') and ballad ('Queen Jane') admirably.' Kritsich was hij echter ook: 'There is a marathon 'Desolation Row' which has an enchanting tune and mysterious, possibly half baked words.'

Tegelijk staat Dylan - zoals auteurs als Wilfred Mellers, Greil Marcus e.a. hebben aangegeven - in een andere, onzichtbare literaire traditie, namelijk die van de nagenoeg naamloze Amerikaanse folk- en blues-zangers uit het begin van de 20e eeuw. In een tijd waarin van moderne communicatiemedia nog geen sprake was, gaven zij in hun liederen een vaak navrant tijdsbeeld en getuigden van persoonlijk leed en onrecht dat hen is aan gedaan. Deze naamlozen - U vindt er een groot deel op de onschatbare zes cdelige box Anthology Of American Folk Music, ook wel bekend als de Harry Smith Collection. Dylan zei hierover in een interview in 1997: 'Die platen bevatten de volle rijkdom van de folk. Het was vooral de taal: pure poëzie, ongetwijfeld. Een totaal andere taal dan de gewone gesproken taal en dat was wat mij er zo in aantrok.'

De massamedia hebben de folktraditie min of meer om zeep geholpen, maar volgens Dylan vormt zij nog altijd een betrouwbare bron om de waarheid te vertellen. 'Sing the truth as honest as you can,' was het advies dat folkzanger Woody Guthrie aan zijn volgelingen - en waarschijnlijk ook aan de jonge Bob Dylan - gaf. Dylan heeft zich daar altijd in meer of mindere mate aan gehouden. Hij zong de waarheid zelfs als hij dat niet leek te doen, want 'dichters liegen de waarheid.' (Remco Campert)
`Het enige dat ik aan de rock heb toegevoegd is dat hele simpele folk-element dat destijds (in de 60s) niet populair was,' aldus Dylan in 1997, 'Niemand wist toen wie Leadbelly was, niemand kende Blind Willie McTell of Woody Guthrie. De popmuziek staat er momenteel precies zo voor. Wie zich als serieus musicus presenteert, vindt geen gehoor. Precies zoals in de tijd dat ik ben opgegroeid. Wij wisten dat er iets onechts in de muziek van die tijd zat en keerden ons ervan af. Daarom luisterden wij naar mensen als Leadbelly: wij wisten dat zij de waarheid vertelden. Ik ben vele jaren muzikant geweest en dan luister je anders naar muziek dan het doorsnee platenkopend publiek. Voor mij is het geen amusement.'

'Voor mij was hij in eerste instantie de brug tussen Elvis en Kerouac,'schreef collega Roel Bentz van den Berg, 'tussen de rock & roll en de literatuur. De wereld die in On The Road werd opgeroepen sloot perfect aan bij wat de rock & roll bij mij opriep. Dylan had de gave van het woord, sloot aan bij de Beat Generation, met de beat van de rock & roll daaronder.'
En Bruce Springsteen zei ooit: 'Zoals Elvis ons lichaam bevrijdde, zo bevrijdde Bob onze geest.' En daar is geen woord van overdreven. Bob Dylan's liedjes gaven - zeker in de jaren zestig - een poëtisch tijdsbeeld, filosofisch, levensbeschouwelijk, maar niet van humor gespeend. Na zijn befaamde motorongeluk in 1966 en zeker na zijn bekering tot het Christendom ruim tien jaar later, heeft zijn werk een Bijbels, vaak ook apocalyptisch karakter gekregen.
Hij zingt moderne psalmen, hymnes, parabels en allegrorieën. Als een profeet geeft hij aan dat het met die wereld van ons de verkeerde kant op gaat: World Gone Wrong. 'All the truth in the world adds up to one big lie,' zingt hij op zijn laatste album Time Out Of Mind, 'People are crazy and times are strange.'

Van zijn meest recente werk gaat nog altijd een 'mysterieuze betovering uit' - ik citeer Sjoerd de Jong (in de NRC): 'De betovering van verbrande schoonheid.'
Hij zoekt zijn publiek in mensen van alle leeftijden en uit alle takken van de maatschappij, maar zijn hart ligt nog steeds bij de zwakken en kansarmen. Hij is een dichter, een volksdichter in hart en nieren, die in zich beroept op grote muzikale en dichtende voorgangers als Robert Johnson, Hank Williams en Woody Guthrie. Wie Dylan eert, eert ook hen. Niet de wereled van 'high art.' De beslissing om iemand als hij voor een prestigieuze literaire onderscheiding te nomineren is dan ook voor een belangrijk deel een politieke.

De middeleeuwse troubadour, de Walt Whitman van zijn tijd, de Jack Kerouac van de rock, de Woody Guthrie-discipel die zijn meester heeft overtroffen, de blanke bluesman, die de essentie van die muziek diep in zijn ziel voelde. Bob Dylan de Nobelprijs? Het is de hoogste tijd.

So: Roll over Harry Mulisch and tell Hugo Claus the news...