Liefde & Diefstal
Een Bijzonder Vreemde Dief. Onder die kop schreef ik ooit een stuk over de bekende artiest David Bowie die ik omschreef als een geniale jatter, omdat hij allerlei 'invloeden' in zijn werk omsmeedde tot iets nieuws en aantrekkelijks. Een beetje leentjebuur spelen: niks op tegen. In de Renaissance, een bloeitijd in de Kunsten, werd immers ook enorm gejat van de oude Grieken. En wie hoor je daar nu nog over? De titel van mijn verhaal bevatte echter nog een grapje: hij was ook gejat! Een Bijzonder Vreemde Dief is de titel van een boek van Ewald Vanvugt uit 1964. Een boek, overigens, dat zich van begin tot eind afspeelt in Den Bosch, aan het begin van de jaren zestig. Twee jaar later verscheen De Generalenrepetitie van Peter H. van Lieshout, dat ook het leven van jongeren in de jaren zestig in Den Bosch beschrijft. Zeg nou zelf: welke provinciestad kan op zoiets bogen? Er wordt heel wat afgejat in de Kunsten en vooral in de muziek. Love & Theft noemde Bob Dylan zijn voorlaatste studioplaat, waarvan ik de verschijningsdatum nooit zal vergeten: 11 september 2001! Liefde & Diefstal. Wat een titel. Ik keek dan ook niet vreemd op toen iemand met de onthulling kwam dat diverse teksten op dit album wel erg leken op die van een Japans boekwerkje: Confessions of a Yakuza van Junichi Saga. Zelf had ik Bob al eerder betrapt op citeren zonder bronvermelding. En bleken later niet de wijsjes van beroemde Dylansongs als Blowin' In The Wind, With God On Our Side en Masters Of War wel erg te lijken op die van oude folksongs als No More Auction Block, The Patriot Game en Nottamun Town? Maar dat was geheel in de folktraditie, waar dat heel gebruikelijk was, en trouwens: niemand kende meer de componisten van de originelen, omdat er in die tijd nog geen auteursrecht bestond. En nu is er weer een nieuwe Dylan-plaat getiteld Modern Times, een titel ge-eh-leend van Charlie Chaplin. Sommige nummers hebben ook bekende titels. Rollin' and Tumblin' bijvoorbeeld. Niet alleen de titel lijkt op een klassieker van Chicago bluesman Muddy Waters, ook de tekst en de muziek. Dat gaat wel ver. Er zijn meer voorbeelden. En toen iemand een mooi regeltje van deze Dylanplaat 'googelde' kreeg hij een 19e eeuwse tekst voor zijn neus van de onbekende Amerikaanse dichter Henry Timrod. Ook gejat dus. Tja, wat moet je daar nu weer van denken? Bob Dylan voor de Nobelprijs? Toch maar even niet. Originaliteit is een mooie zaak, maar als je niets nieuws meer kunt uitvinden is het nog altijd de moeite waard iets opnieuw uit te vinden dat al bestond maar was vergeten. Beter goed gejat dan slecht gecomponeerd, zeiden wij vroeger al en daar zit wel iets in. Lou Reed liet tegenover mij ooit blijken fan te zijn van het nummer You Ain't Seen Nothing Yet van de groep Bachman-Turner Overdrive, een nummer waarin het gitaarloopje van Reed's eigen Sweet Jane was verwerkt. Vond hij dat niet lullig? Ome Lou keek mij doordringend aan en zei: 'Dacht jij dat ik dat loopje zelf had bedacht?' En toen ik Captain Beefheart ooit vroeg of hij het niet vervelend vond dat zoveel jonge New Wave-bandjes zijn werk plunderden, sprak hij de historische woorden: 'No, because where I got it, I didn't have to pay for it.'